Hilligenbacker

 

hilligenbacker

Hilligenbacker of beeldedrucker

Op vele plaatsen in Nederland zijn de beelden of fragmenten van zogenaamde pijpaarden beeldjes gevonden. Dit  was het werk van de hilligenbacker. Een hilligenbacker of beeldedrucker is een producent van heiligenbeelden. Mede onder invloed van de Moderne devotie, een individuelere beleving van spiritualiteit, ontstond in de loop van de 15e eeuw behoefte aan kleinere heiligenbeelden voor persoonlijk gebruik. Heiligenverering speelde een belangrijke rol in de Moderne Devotie en deze verering verspreidde zich vanuit de kerk naar de huiskamers en werkplaatsen van de burgerij. Heiligen bieden bescherming tegen allerlei ongemakken en dienen als voorbeeld om een goed leven te leiden.

Een hilligenbacker vormde rond een origineel beeldje, een mal van klei, bestaande uit een voor en achterkant. Beide delen werden met een pen/gat verbinding samengevoegd. De mallen werden gedroogd en daarna door de plaatselijke pottenbakker gebakken.

Om dit proces te kunnen uitvoeren had men een origineel of oermodel nodig. Deze zijn nergens gevonden. Het is echter wel duidelijk dat deze niet van pijpaarde gemaakt werden omdat dit materiaal moeilijk te boetseren is.  Daarom wordt ervan uitgegaan dat de originelen van was gemaakt werden.

In de mal werd een dunne laag  klei geperst. De klei werd goed aangedrukt zodat alle details in de mal doordrongen. Hierna werd een dikkere laag klei aangebracht die met een spatel werd bijgewerkt. De beide delen werden samengevoegd en enige tijd gedroogd om te voorkomen dat het beeld zijn vorm verliest bij het lossen uit de mal.

Het gebruik van mallen duidt op serieproductie. Dit is zeker aantoonbaar voor de kleinere exemplaren. Van verschillende heiligen zijn meerdere, identieke beelden teruggevonden.

Pijpaarde

De term pijpaarde is feitelijk van latere datum zoals we kennen van de Goudse pijpen van een witte kleisoort.  Omdat deze klei identiek is aan de voor de beelden gebruikte klei spreken we nu van pijpaarden beelden. In de 15e eeuw sprak men van plaster beelden. De witte klei werd geïmporteerd uit het Belgische Maasgebied en de omgeving van Keulen. De gedolven klei werd te drogen gelegd en daarna in brokken gehakt. Deze brokken werden in een put met water gegooid waar ze twee tot drie maanden in bleven liggen. Hierdoor zakt de verontreiniging naar de bodem van de put en wordt de klei op natuurlijke wijze gereinigd. De uiteindelijk opgebaggerde klei werd net zo lang gekneed tot deze droog genoeg was voor verwerking.

Gebruik van pijpaarden beelden

De meeste beeldjes die gevonden zijn in Nederland dateren uit de periode 1450-1550. In Keulen werden al pijpaarden beeldjes geproduceerd in de 14e eeuw. Er zijn twee soorten pijpaarden objecten: reliëfs en beelden.  De maten variëren van minder dan tien centimeter tot groter dan 30 centimeter. De kleine beelden zijn minder geschikt om ergens neer te zetten, ze vallen snel om. Vermoedelijk droegen mensen deze als een amulet bij zich of gebruikten de beelden thuis in soort huisaltaar. De grotere exemplaren werden waarschijnlijk gebruikt in kloosters, gasthuizen en kerken.

De productie van deze beelden was gericht op een groot verspreidingsgebied; De Nederlanden en ver daarbuiten van Scandinavië tot aan Spanje. Door de ontwikkeling van de steden in de Noordelijke Nederlanden “liftte”de heiligenbakkerij als nijverheid mee in de bedrijvigheid van de stad. De beeldjes waren populair in de (noordelijke) Nederlanden tot  de reformatie in de 16e eeuw. De verering van heiligen en beelden van heiligen paste niet meer in de veranderde geloofsbeleving waardoor de vraag naar deze producten af nam.

Veelvoorkomende heiligen en hun betekenis

In de 15e eeuw was er een tendens naar een meer persoonlijke geloofsbeleving, zowel onder leken als geestelijken. Men spreek hierdoor ook wel van volksdevotie. De beweging van Geert Groote heeft er mede toe geleid dat stichtelijke lectuur in de volkstaal voor handen kwam waardoor bidden en geloven een individuele aangelegenheid werd.  Deze tendens naar individuele spiritualiteit had een vraag naar betaalbare heiligen beelden tot gevolg. De gedrukte, terracotta beeldjes boden een betaalbaar alternatief op de vaak grotere en duurdere houten beelden zoals aanwezig waren in bijvoorbeeld de kerken.

Niet alle populaire heiligen werden in pijpaarde geproduceerd. In pijpaarde zijn Sint Catharina en Sint Barbara oververtegenwoordigd. Maria met kind als  voornaamste heilige en het  Jezuskind  kwamen veelvuldig  voor.  Barbara en Catharina werden gezien als middelaars gezien tussen de gelovigen en god. Tevens zijn verschillende heiligen beschermers voor de diverse beroepen in de late Middeleeuwen en kunnen ze aangeroepen worden tegen diverse noden.

Heiligen in pijpaarde uitgevoerd:

Sint Maria, de Heilige maagd, Onze-Lieve-Vrouwe, Madonna,  was de dochter van de heilige Anna en de heilige Joachim. Ze is de moeder van Jezus. Haar naam betekent mogelijk de verlangde, door God geliefde. Ze is de meest vereerde en geliefde van alle heiligen. Er bestaan rond Maria allerlei legenden maar haar gehoorzaamheid, mededogen en haar nabijheid tot Jezus, hebben er voor gezorgd dat ze een centrale plaats inneemt binnen de Katholieke kerk.

De heilige Catharina van Alexandrië (ca. 309, feestdag 25 november) was als zeer jonge vrouw reeds zeer belezen en ontwikkeld. Keizer Maxentius eiste van haar dat ze haar christelijke geloof zou afzweren, wat ze weigerde.  In plaats daarvan  bekeerde ze vijftig wijsgeren van de keizer. Ze werd veroordeeld  tot de dood op het rad maar het rad werd verbrijzeld door de bliksem.  Uiteindelijk stierf ze door het zwaard. Er wordt beweerd dat het Jesuskind haar een ring om haar vinger deed, haar kiezend als echtgenote.

Haar attributen bestaan uit het zwaard, het gebroken rad, een boek ten teken van haar belezenheid, (het hoofd van) keizer Maxentius aan haar voeten.

Ze is o.a. beschermheilige van: alle ambachtslieden die iets draaien zoals de pottenbakkers, houtdraaiers, touwslagers, molenaars, messenslijpers, spinsters en wielmakers. Overige beroepen w.o. Kappers, lakenhandelaren, leerlooiers, schoenmakers  en kleermakers . Verder beschermt ze meisjes in het algemeen, maagden en ongehuwde meisjes.

Catharina wordt aangeroepen tegen: Ademnood, barenspijnen, gewrichtsziekten, hoofdpijn, ringworm (katrienenrad-of wiel), migraine, zweren.

De heilige Barbara van Nicomedië  (ca. 306, feestdag 4 december) was de mooie dochter van Dioscorus die haar opsloot om haar te beschermen tegen verkeerde invloeden. Helaas was het al te laat; De maagdelijke Barbara was christen geworden en vroeg haar vader drie vensters (omwille van de heilige drie-eenheid) te maken in de toren waar zij opgesloten was. Toen haar vader er achter kwam dat ze christen was doodde hij haar met het zwaard nadat martelingen niet hielpen om haar afvallig te maken. Dioscorus werd kort daarna door de bliksem getroffen. Deze legende maakte Barbara tot één van de meest populaire heiligen in de Middeleeuwen.

Haar attributen zijn de toren waarin ze gevangen zat, het zwaard, een krans van rozen, een boek en met het hoofd van haar vader aan haar voeten.

Ze is o.a. beschermheilige van: hoedenmakers, dakdekkers, kanonniers en artilleristen, klokkenluiders, klokkengieters, koks, metaalgieters, metselaars en bouwvakkers, mijnwerkers, schutters, soldaten, steenhouwers, timmerlieden en wapenmakers.

Barbara wordt aangeroepen tegen of bij een onvoorziene, plotselinge dood, tegen koorts, pest en voor een gelukkig stervensuur.     Ze is patrones bij storm, van ondergrondse spoorwegen en van torens.

Polychromie of stoffering

In de Middeleeuwen was men van mening dat beelden zonder kleur, geen religieuze of geldelijke waarde vertegenwoordigden. In een akkoord tussen de Brusselse schilders en beeldsnijders uit 1454 worden ongepolychromeerde beelden zelfs “rouw bloet’ (ruw en bloot) genoemd . Over het algemeen kan men ervan uitgaan dat alle beelden werden beschilderd, dit werd ook wel stoffering genoemd.

Ook de pijpaarden beelden werden veelkleurig beschilderd. Er zijn diverse resten van beelden gevonden waar een witte sliblaag op zit; bijvoorbeeld op een fragment van een “Anna te drieën” in Hoorn (NH). De witte sliblaag is een soort grondverf, ook wel gesso genoemd. Terracotta is niet geschikt om direct te beschilderen. Gesso is een mengsel van beenderlijm en (witte) kalk en dient als hechtlaag voor de beschildering.

Door het gebruik van dure minerale verfstoffen en bladgoud, was polychromeren duurder dat het maken van het beeld zelf. De meest gebruikte kleuren zijn rood (o.a. vermiljoen en rode lak) en blauw waarvoor een het kostbare azuriet gebruikt werd. Naast deze dure verfstoffen werd er gebruik gemaakt van aardepigmenten zoals okers, siena’s,  groene aarde en ombers.

Polychromie bestaat uit meerde lagen gesso en daarna meerdere lagen verf. De gebruikte verf is ei tempera of ei/ olie tempera, aangebracht is verschillende lagen om de kleuren in diepe, intense schakeringen te creëren.

Zie ook Hadewijch Hilligenbacker