Kledingregels

Kledingregels

 

Kledingregels en algemene verschijning

Ook op kledinggebied streeft het Verbond naar een hoge mate van authenticiteit. Wij geven een geloofwaardig beeld van de Nederlanden van rond 1450 en houden ons aan een aantal regels. Wij zijn één van de weinige verenigingen die consequent wollen kleding dragen.

Mannenkleding:

Braie:

dit is een soort onderbroek van wit of licht linnen. De modellen variëren van tanga tot zwembroekmodel

Hemd:

Wit of licht linnen in een T-model met ronde hals, zonder koordjes aan hals of mouwen.

Doublet:

Dit is een strak, getailleerd jasje met mouwen, gemaakt van wol. De lengte van het jasje is tot de heup. Het jasje wordt gesloten met veters, haken en ogen of knoopjes.

Hosen of beenlingen:

Dit zijn strakke kousen gemaakt van geweven wollen stof. De hosen zijn niet gevoerd.

 

Werklui en ambachtslieden dragen ook vaak een cotte, een wollen tuniek, en losse hozen die aangeveterd worden aan een lang model braie die een groot deel van het bovenbeen bedekt.

 

Overjas of Rock:

Dit is een wollen jas die varieert van model; aangesloten met een uitlopend rok-deel of met pijpplooien. De lengte van de Rock is afhankelijk van leeftijd en status van de drager.

Hoofdbedekking:

Moderne kapsels dienen bedekt te worden met een muts of een hoed van wol of (wollen)vilt en dienen te passen in de periode 1450-1480

 

Vrouwenkleding:

Hemd:

Wit of licht linnen in een T-model met ronde hals, zonder koordjes aan hals of mouwen. Kuit- of enkellang

Basisjurk:

Gemaakt van lichte wollen stof. Een strak lijfje met een wijde rok. Mouwen kunnen lang zijn of kort. Bij korte mouwen horen aansteekmouwen die met een speld aan de korte mouw worden bevestigd. De mouwen dienen altijd gedragen te worden, behalve bij zwaar of vies werk.

Kousen:

Van geweven wol, knielang. De kousen kunnen worden opgehouden met een kousenband.

Hoofdbedekking:

Gemaakt van een witte linnen doek die op verschillende manieren gedragen kan worden Hoofdbedekking is voor vrouwen verplicht! Het haar dient geheel bedekt te zijn.

 

 

Kinderen:

Jongens en meisjes dragen tot ca. drie jaar een lange cotte (tuniek) van wollen stof.

Hemd (jongens en meisjes):

Wit of licht linnen in een T-model met ronde hals, zonder koordjes aan hals of mouwen.

Braie voor de jongens:

Een soort onderbroek van wit of licht linnen. Het model heeft een lengte tot net boven de knie.

Cotte (jongens en meisjes)

Een cotte, een wollen tuniek in een T- model, gedragen met een riem in de taille. Eventueel kunnen er twee cottes over elkaar gedragen worden, de tweede heet surcotte.

Hoofdbedekking:

Een kapertje van wit linnen voor jongens en meisjes.

Schoenen:

Omkeerschoenen; dit zijn schoenen die niet op een leest gemaakt zijn maar met een patroon. Eenmaal in elkaar gezet worden de schoenen omgekeerd. Voor kinderen zijn klompen een goed alternatief.

Kaproen (een soort bivakmuts van geweven stof):

Gemaakt van wol en gevoerd met linnen. Er zijn een aantal modellen mogelijk.

 

Algemeen

Kleuren:

Men droeg kleurige kleding maar geen “felle lichtgevende” kleuren. Wel een variëteit van kleuren die geverfd kunnen worden uit plantaardige of dierlijke verfstoffen. Diepe roden en purper worden gemeden als burgers.

Schoenen:

Omkeerschoenen; dit zijn schoenen die niet op een leest gemaakt zijn maar met een patroon. Eenmaal in elkaar gezet worden de schoenen omgekeerd. Mensen die een cotte dragen, mogen ook blanke klompen met een afgevlakte neus dragen.

Riem:

Smal van leer, ongeveer duimbreed (ca. 2 cm)

Kaproen (een soort bivakmuts van geweven stof):

Gemaakt van wol en gevoerd met linnen. Er zijn een aantal modellen mogelijk. Voor vrouwen zijn er damesmodellen; vaak met een knoopsluiting aan de voorzijde.

Mantel:

Gemaakt van wol en eventueel gevoerd met linnen. Het model is een halve of driekwart cirkel, aan de hals gesloten met drie of vijf knopen of haken en ogen.

Gordeltassen:

Voor mannen een leren tas en voor vrouwen een beursje van leer of stof.

Eetgerei:

Replica mes en lepel van been, hout of tin. Houten teljoor en eetnap van aardewerk (repica’s) of hout. Drinkbekers van aardewerk of hout. Geen olijven- of tropische houtsoorten.

 

 

 

De verboden

  • Geen moderne schoenen of laarzen
  • Geen moderne brillen; deze dienen vervangen te worden door een middeleeuwse bril of lenzen
  • Geen zichtbare tatoeages, of piercings
  • Geen sieraden
  • Geen fibulae, moderne- of fantasy gespen
  • Geen zichtbaar geverfd haar zoals pony’s  en lokjes
  • Geen gebreide kousen
  • Geen glazen flessen, bierblikjes, modern bestek of plastic etensbakjes in zicht.

-- Download Kledingregels als PDF --